Acht stellingen over Westers boeddhisme
Lezing Boeddha Festival, 3 februari 2019

Op het Boeddha Festival op 3 februari in Rotterdam heeft Sebo Ebbens een lezing gegeven over Westers boeddhisme in de vorm van zes stellingen. In onderstaand artikel is dat uitgebreid naar 8 stellingen. Het is mogelijk deze lezing hieronder in te zien. Het is ook mogelijk de lezing te downloaden via een pdf-bestand. Klik op Lezing Westers boeddhisme.
Eventuele reacties kunnen verstuurd worden via nederland@nalandabodhi.org.

De lezing

Ongeveer 50 jaar geleden kwam het boeddhisme op wat meer structurele wijze naar het Westen. Hoe is de stand van zaken nu? Wat hebben we geleerd? Daarover acht stellingen:

1. Het gaat over meer dan een splintergroep.
Ongeveer 6% van de wereldbevolking is boeddhistisch. Dat betreft ruim 450 miljoen personen. In de VS is 0,7% van de bevolking boeddhistisch en rond 6% boeddhistisch geïnspireerd. In Nederland zijn er volgens de BUN:

  • Ongeveer 55.000 actieve boeddhisten (ongeveer 0,3%);
  • Ongeveer 60 boeddhistische groepen. Daarvan zijn er 45 aangesloten bij de BUN;
  • Ongeveer zo’n 300-400 groepjes in Nederland die ‘iets’ boeddhistisch doen, bijvoorbeeld meditatie aanbieden. De meeste van die groepjes zijn klein;
  • Rond de 350.000 mensen die door het boeddhisme geïnspireerd worden (rond de 2%). We kunnen hen ‘nabije’ boeddhisten noemen;
  • De belangrijkste stromingen Zen boeddhisme, Vipashyana Inzicht Meditatie, Leven in Aandacht, en Tibetaanse boeddhisme.

Zie: https://boeddhisme.nl/wat-is-boeddhisme/inventarisatie voor een verantwoording van de getallen. Ik schat in dat deze getallen wel hoger kunnen zijn, ook gezien de percentages in de VS (0,3% versus 0,7%; 2% versus 6%). Verder onderzoek is gewenst.

Naast de actieve boeddhisten en de BOB’s (bewust ongebonden boeddhisten) is er een grote verscheidenheid aan ‘nabije’ boeddhisten. Zo zijn er o.a.:

  • Lauwe boeddhisten: zij die zo nu en dan mediteren;
  • Dharma-hoppers: zij die steeds wisselen van leraren en tradities;
  • Kieskeurige boeddhisten: zij die een deel van de leer eruit gooien en een ander deel omhelzen. Bijvoorbeeld karma en wedergeboorte wordt eruit gegooid en meditatie erin;
  • One-night-stand boeddhisten: zij die over het boeddhisme lezen voor het slapen gaan;
  • Romantische boeddhisten: zij die zwijmelen bij het idee van verlichting en/of de universele kosmos waar we allemaal na ons sterven bij elkaar komen.

Er zijn er vast nog veel meer.

2. Het gaat over meer dan alleen verlichting.
Wat we geleerd hebben in de laatste jaren is dat het bij het boeddhisme eerder gaat over het veranderen van mentale houding en bijbehorend gedrag dan over diepe mystieke ervaringen. De andere houding en mentaal gedrag gaat over dat we gelukkiger worden en minder lijden en gedoe hebben. Ook is er een ontwikkeling gaande voor meer verbinding met de maatschappij, een pleidooi voor sociale actie, voor familieleven, voor zorg voor elkaar, voor gemeenschap, … dat soort dingen

Wat we in elk geval in de afgelopen jaren verworven hebben zijn de beoefeningen en inzichten van shamatha meditatie, inclusief de vipashyana inzicht methoden (temmen geest), liefdevolle vriendelijkheid en mededogen (aardig en meedogend zijn voor onszelf en anderen), onderlinge afhankelijkheid (zo autonoom zijn we niet), de directe waarneming (nadruk op ook onze zintuiglijke waarnemingen), en de vijf Tibetaanse wijsheden (beter functioneren naar en met anderen). Deze beoefeningen helpen ons direct in ons leven. Er is nog veel meer. Ook rond een onderwerp als ‘leven en sterven’ heeft het Tibetaans boeddhisme ons veel te bieden. Zo helpt deze visie ons om de kwaliteit van het leven vergroten als we dat spiegelen aan ons naderend sterven (v.v.). Tegelijk biedt deze visie ons de mogelijkheid om na het sterven van een dierbaar iemand tot 7 weken daarna van alles voor die persoon te doen. Dat zal in elk geval de achterblijvers zeer helpen.

3. Het gaat over meer dan alleen monniken en leraren uit het Oosten.
Ik voer een krachtig pleidooi voor goed opgeleide Westerse boeddhisten. Dan zijn we minder afhankelijk van de monniken, lama’s, Thera’s, Rinpoche’s, Geshe’s uit Azië, met de mogelijk nadelen. Eén van die nadelen is dat veel van deze leraren (niet allemaal!) in een hiërarchische structuur zijn opgevoed en opgeleid, en neigen naar conservatisme. Door de klemtoon te leggen op ook Westerse leraren, worden we ook minder pij-gericht. Ook Westerlingen hebben veel te vertellen, mits ze goed geschoold zijn. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gezien. We hebben gezien dat ook Westerlingen bijzonder ver kunnen komen in de diepte van het boeddhisme. Anders gezegd: We hebben een groter aantal professionele Nederlandse boeddhisten nodig. Ook zouden we hen (geldelijk) moeten ondersteunen om die professionaliteit ook echt te kunnen ontwikkelen.

Daarnaast zouden leraren van hun troon moeten komen. Het is niet nodig om op een troon te zitten. Ook hoeven er geen mooie kleedjes op de troon of de stoelen, ook al omdat het hier in het Westen minder vies is dan in Tibet. Van de troon komen betekent overigens niet dat we geen respect hoeven te tonen aan professionele goed opgeleide boeddhisten (zowel uit het Oosten als het Westen). Respect voor leraren is namelijk respect voor de traditie, en daarmee respect voor je eigen geest. Als zij van de troon komen betekent dat niet dat wij ons respectloos gaan gedragen of ‘doe maar normaal’ zeggen. Hun scholing is bijzonder geweest. Er is hier veel te leren.

4. Het gaat over meer dan alleen hét zuivere boeddhisme.
Veel leraren uit Azië hadden verwacht dat ze hun bestaande scholen en tradities naar het Westen zouden kunnen overplanten. In de praktijk bleek dat tegen te vallen. In het Westen mengden de verschillende tradities zich, werden grenzen doorbroken, en ontwikkelde zich een begin van Westers boeddhisme. De motivatie daarachter was de wens van Westerse studenten om de verscheidenheid aan tradities te onderzoeken vanuit eigen behoeften. Het boeddhisme dat op die manier ontstond is veel minder confessioneel en vrijzinniger dan oorspronkelijk bedoeld.

Het is goed om te beseffen dat er nooit een zuiver boeddhisme bestaan heeft. Het boeddhisme heeft zich altijd aan de lokale situatie aangepast. Dat geldt ook voor de Nederlandse situatie. Dé grote valkuil is dat we te snel uit het boeddhisme pakken wat we willen en dat boeddhistisch noemen. Zo kunnen we er bijvoorbeeld lastige begrippen als reïncarnatie en karma uit gooien, en meditatie erin laten. Daarbij: het is prima dat we pakken wat we willen als het ons helpt. Maar het is belangrijk dat we ons realiseren dat we, als we dat doen, niet bezig zijn met het volle boeddhisme. Dat boeddhisme is veel dieper, vraagt meer studie, inspanning, en heeft meer consequenties voor je leven. Het zal uiteindelijk neerkomen op een goede balans tussen behoud van de diepte van de tradities en een vernieuwing naar hoe wij in het Westen daar het beste mee om kunnen gaan. We moeten kortom zoeken naar een balans in diep en breed en niet te snel zoeken voor breed.

Maar voorlopig is alles wat helpt prima. Laten we niet meteen te hoge eisen stellen. Dan kunnen we er geleidelijk in groeien.

5. Het gaat over meer dan alleen meditatie.
Het boeddhisme heeft de laatste jaren invloed ontwikkeld op een verscheidenheid aan gebieden Een goed voorbeeld van de ontmoeting tussen oost en west is bijvoorbeeld de mindfulness beweging. Het nadeel van mindfulness is dat het geen acht-voudig maar een één-voudig pad is. Maar er is meer. Denk aan: kunsten, sociale actie, psychologie, psychotherapie, milieu, onderwijs, en in de levens van diegenen die regelmatig beoefenen. Ook wordt er al vele jaren geprobeerd een verbinding te leggen tussen boeddhisme en de wetenschappen, met name door het werk van de Dalai Lama en wetenschappers in de ‘Mind-Life conferenties’.

6. Het gaat over meer dan alleen boeddhistisch jargon.
Het is belangrijk om bij de ontwikkeling van het Westers boeddhisme die taal en dat begrippenapparaat te ontwikkelen die aansluiten bij onze cultuur en daarbij boeddhistische jargon zoveel mogelijk te vermijden. Dat zal niet altijd gemakkelijk zijn, omdat het boeddhisme een andere visie heeft dan die die wij in het Westen aannemen.

  • Zo is als voorbeeld een woord als ‘sangha’ voor veel mensen onbekend. Het gebruik van een begrip als ‘boeddhistische gemeenschap’ is duidelijker. Bovendien ligt de oorspronkelijke betekenis van sangha dichtbij het begrip gemeenschap.
  • Zo ontstaan er bijvoorbeeld rond het belangrijke boeddhistische begrip ‘leegte’ een aantal misverstanden, omdat ‘leegte’ zo nihilistisch klinkt. Eén van de betekenissen van ‘leegte’ is zonder vaste identiteit te zijn. Leegte heeft als consequentie dat we dat kunnen veranderen, bijstellen, ontwikkelen, omdat het niet vast ligt. Dat geldt bijvoorbeeld voor ons ego of onze gewoontepatronen. Leegte betekent op die manier ook potentie tot verandering of de mogelijkheid iets te creëren.

Zo zijn er talloze voorbeelden te bedenken van woorden die een verheldering vragen (wordt vervolgd).

7. Het gaat over meer dan alleen ‘white middle class’ boeddhisten.
De ‘nieuwe’ boeddhisten in het Westen zijn vaak goed opgeleid. Ze zijn meestal onderdeel van de ‘white middle class’. Kijk om je heen. Het is belangrijk om bij de vertaalslag van het boeddhisme naar het Westen rekening te houden met een veel grotere verscheidenheid aan culturen, achtergronden, contexten waarin wij als Westerlingen leven (klasse, etnische achtergrond, seksuele voorkeur,  …).
Zo is bijvoorbeeld het werken met het boeddhisme in de gevangenissen een heel ander vak dan lesgeven aan een blank goed opgeleid publiek. Zo is …
Belangrijk is het om bij deze discussie actief  jongeren te betrekken omdat zij, veel meer dan de oudere boeddhisten, met de multiculturele context in aanraking komen of er zelf vandaan komen. In Rotterdam bijvoorbeeld is meer dan de helft van de leerlingen in het onderwijs van een andere culturele achtergrond.

8. Maar intussen is de seks nog niet verdwenen.
Schandalen en levensverhalen vol pijn worden de laatste jaren ook in boeddhistische tradities zichtbaar. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat veel tradities feodaal zijn (niet overal!), vrouwen vaak een minder belangrijke rol toegedeeld krijgen (niet overal!), en er devotie naar de leraar wordt verwacht (wat we ook onder dat begrip verstaan). Waar hebben we dat elders gezien? Is dit werkelijk een grote verassing? Mijn wens is dat we minder naïef en romantisch worden over de leraren en wat we van hen verwachten, dat we beter op onszelf en op elkaar moeten passen, en dat we eerder aan de bel moeten trekken als dit soort gebeurtenissen zich afspelen of zich dreigen af te spelen.

Hoe verder?
De opdracht zal zijn om het boeddhisme zich in het Westen zo te laten ontwikkelen dat het de nadelen van ons Westerse materialistische leven aanvult. Dat veronderstelt hoe dan ook aandacht voor onze eigen geest en onze omgang met onze geest in een verscheidenheid aan culturele contexten die onze maatschappij kent. Dat helpt ons om ons lijden, gedoe, en disbalans te verzachten en vandaar uit meedogender te zijn naar anderen. Met mededogen naar onszelf en anderen in zowel woord als gebaar begint alles.

Achtergronden Sebo Ebbens:

Sebo Ebbens is een leraar in de Nalandabodhi traditie.
A.s. juni (2019) verschijnt een nieuw boek van hem: Op de Golven van Geboorte en Dood, Goed Leven en Sterven in Boeddhistisch Perspectief (Asoka). Nalandabodhi ontwikkelt een website bij dat boek: http://goedlevenensterven.nl (vanaf 1 juni).
Eerdere boeddhistisch geïnspireerde boeken van hem zijn: Stralend in de Wereld, de Vijf Tibetaanse Wijsheden in het Dagelijks Leven (2013, Asoka); en Vijf x Eigen-Wijs (Noordhoff, 2016, samen met Ron Arends geschreven) voor leerlingen/studenten in de diverse vormen van onderwijs (16-24 jaar).